Het wilde paard

Het wilde paard dat geen verzorging van de mens nodig heeft, leeft op steen of een rotsachtige ondergrond. Met 'wilde paarden' denken we aan

  • mustang uit Amerika
  • brumbies uit Australie
  • przewalski uit Mongolie

Deze paarden leven op open steenachtige vlakten, zoals prairie, toendra of steppe.
Ook de shetlandpony, connemara en het ijslandse paard leven van oorsprong op een rotsachtige ondergrond. Door de harde ondergrond slijten de hoeven op een natuurlijke manier af.

Hieruit kun je afleiden dat een paard in de vrije natuur zo efficiënt zich voortbeweegt, dat er bijna geen slijtage is van de hoeven. Een kreupel paard in de natuur is ten dode opgeschreven.

De hoef heeft een sterk zelfherstellende kracht en door hier gebruik van te maken kan een aantal hoefproblemen opgelost worden zonder hoefbeslag te gebruiken. Te denken valt aan scheuren in de hoefwand, een losse wand en in beperkte mate gevoelige zolen.